Veelgestelde vragen

1 FLITSDUUR

Als u ervan uit gaat dat flitsen alleen gebruikt wordt om meer licht toe te voegen, dat doet u uzelf te kort Een flitser wordt niet alleen gebruikt om met licht en schaduwen de vorm van het onderwerp te bepalen, maar ook om beweging te bevriezen.

Deze grafiek laat zien wat de output van de flitser is: hoe sterk de flits is op volle kracht of minimum kracht. Wat er in werkelijkheid gebeurt, is dat de flits snel van nul naar zijn volle vermogen gaat, en dan geleidelijk weer afneemt tot nul. We merken dit echter niet omdat het allemaal zo snel gaat. Gezien het geleidelijke karakter van een flitsontsteking, zijn er twee waarden waarmee u bekend moet zijn: de T 0.5 en de T 0.1.

De meeste fabrikanten verwijzen naar deze T 0.5 waarde als ze het over hun producten hebben. Waarom? Het ziet er korter en indrukwekkender uit op de specificatie. T 0.5-tijd is de hoeveelheid tijd die nodig is om 50% van het flitsvermogen af te voeren. Met andere woorden het meet alleen het bovenste deel van de golf. Deze waarde zegt niets over het bevriezen van het beeld.


Zeg nou zelf wat klinkt beter op papier 1/15000 als flitsduur of de meest nauwkeurige tijd en een betere meting 1/9000 (T0.1)

T0.1 is de meest nauwkeurige tijd en een betere meting, omdat er na T0.1 nog maar heel weinig licht over is om de beweging te beïnvloeden. Dit is dus de bepalende factor voor de flitsduur en hoe het gemeten wordt. Sommige flitsers zijn beter dan andere. Flitsduur is wat onze beweging gaat bevriezen. Hoe sneller de flitsduur, hoe beter de opname. De conclusie is simpel. Als u echt snel bewegende onderwerpen wilt bevriezen, kijk niet naar de T0.5 maar naar de T 0.1. Grofweg zijn T0.5 keer ongeveer 3 keer langzamer dan T0.1 keer, vandaar dat een T0.5-tijd van 1/1000e sec ongeveer gelijk is aan een T0.1-tijd van 1/300e.

Paul C. Buff geeft altijd hun flitsduur in T0.1 tijd aan. De meest nauwkeurige tijd.

 

Hoe lager de vermogensinstelling op uw flitser, hoe sneller de T1- tijd, dus hoe sneller de flitsduur. 

 

Flitsduur en IGBT

 

Figuur 1 Toont de typische kenmerken van een Xenon flitsbuis. Op het moment dat de buis wordt ontstoken, is er een snelle ionisatie periode zodra de output van de buis tot maximale helderheid stijgt. Dit wordt gevolgd door een exponentiële afname van de buisstroom, spanning en lichtsterkte wanneer de condensatoren tot nul worden ontladen. De standaard technische term om de flitsduur aan te geven is "T 0.5". Dit beschrijft de tijd die nodig is om 50% van het totale flitsvermogen af te voeren. Wanneer de eenvoudige aanduiding "Flitsduur” wordt gegeven, kan worden aangenomen dat dit de T 0.5 specificaties is.

De T 0.5 specificaties geven echter niet voldoende het werkelijke vermogen van een flitser aan om bewegingen te bevriezen. Er is een veel langere uitstoot die de resterende 50% van het licht blijft uitstralen. Dit veroorzaakt aanzienlijk meer bewegingsonscherpte dan de T 0.5 specificaties aangeven. Om de flitsduur beter te kunnen vergelijken met een gelijkwaardige sluitertijd, werd de term "T 0.1" geïntroduceerd door de foto-industrie. T 0.1 geeft de tijd aan die nodig is om 90% van de totale flits te laten afgaan. Maar zelfs na de T 0.1 tijd wordt er nog licht uitgestoten met voldoende intensiteit om wat beeldschaduwen of bewegingssporen te veroorzaken.

De meest monolights voor studio's, ongeacht hun prijs, regelen de flitssterkte door de spanning te variëren waarmee de flitscondensatoren worden opgeladen. Variabel voltage is de belangrijkste methode om het flitsvermogen te regelen in onze AlienBees en White Lightning™ X-reeks flitsers.

Figuur 2 geeft een dergelijke flits weer wanneer het vermogen wordt teruggebracht tot 50%. Merk op dat de ontladingscurve vergelijkbaar is met de Full Power-curve, maar dat de intensiteit wordt verminderd en de ontladingstijd langzamer is. Zowel de t.1 als de t.5 flitsduur is langer vanwege de verminderde spanning en flitsbuisstroom.  

Flitsduur en IGBT

Nu meer studioflitsfabrikanten IGBT-technologie (Insulated Gate Bipolar Transistor) gebruiken, die al jaren in speedlights wordt gebruikt, is het handig dat u precies weet hoe dit uw afbeeldingen zal beïnvloeden.

Alle flitsers met een laag vermogen (Speedlights ook wel Reportageflitsers genoemd) maken gebruik van IGBT-Techniek van het flitsvermogen in plaats van variabele spanningsregeling. Deze technologie is eenvoudig toe te passen in flitsers met een laag vermogen. Pas sinds kort zijn er IGBT-apparaten beschikbaar met voldoende vermogen om te worden gebruikt in studioflitsers met een hoger vermogen, vooral die met een snelle flitsduur.

De figuren 3,4 en 5 laten zien dat met een IGBT-flitser de spanning en stroom constant blijven wanneer het vermogen wordt verminderd. Het vermogen wordt verminderd door de buis abrupt af te sluiten zodra de gewenste hoeveelheid licht is uitgezonden. Dit resulteert in een flitsduur die steeds korter wordt naarmate het vermogen afneemt. Tevens verdwijnt de exponentiële flitsstaart die verantwoordelijk is voor bewegingsonscherpte in niet-IGBT-flitsers.

In figuur 2 is te zien dat een vermindering van het vermogen met 50% in een conventionele studioflitser de T 0.1 flitsduur verlengt van 1/666 seconde tot 1/500 seconde, terwijl dezelfde vermindering van het vermogen in een IGBT-flitser (figuur 4) de t.1 duur verkort tot 1/2200 seconde en dat de staart van de achterrand volledig is verdwenen.

Figuur 5 illustreert de extreem korte T 0.1 duur van 1/10.000 seconde wanneer het vermogen nog drastischer wordt verlaagd.

Flitsduur en IGBT

De kleurtemperatuur van een flitsbuis wordt voor een deel bepaald door de spanning en de stroomsterkte waarmee de buis wordt gevoed. In de figuren 1 en 3 is de uitgestraalde kleurtemperatuur niet constant gedurende de gehele ontladingsperiode. Integendeel, de kleurtemperatuur is hoger (meer blauw) aan het begin van de ontlading en wordt lager (meer rood) naarmate de golfvorm afneemt. Het is dus het gemiddelde van de begintemperatuur en de eindtemperatuur die de effectieve kleurtemperatuur voor de belichting vormen.

Speedlites (Reportageflitsers) produceren doorgaans een hogere kleurtemperatuur naarmate het vermogen wordt verlaagd

De Einstein™ E640 flitser: bij gebruik in de CONSTANT COLOR modus combineert Einstein IGBT uitschakeling van de flitsbuis met een nauwkeurige digitale afstelling van de condensatorspanning om een constante 5600K +/- 50K kleurtemperatuur te bereiken bij elke vermogensinstelling (bij gebruik met de 5600K flitsbuis). In de ACTIE-MODUS laat Einstein de kleurtemperatuur iets stijgen naarmate het vermogen afneemt, om zo de snelst mogelijke flitsduur te bereiken. Zowel de T 0.1 flitsduur als de kleurtemperatuur worden in alle standen en bij alle vermogensinstellingen op het LCD-scherm achterop weergegeven.

Toch nog een vraag over je bestelling?

Contactgegevens

Neem contact op

* Verplichte velden
Menu
Mijn account
Registreren
Maak bestellen nóg makkelijker!
  • Al je orders en retouren op één plek
  • Het bestelproces gaat nog sneller
  • Je winkelwagen is altijd en overal opgeslagen
Registreren
Inloggen
Or sign up here
Favorites
U heeft geen items in uw lijst.
Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Ga verder met winkelen
Filters
Taal & Valuta